Corus: Arie, Piet, Loes, Henk en Ludwig

Staal – tussen 7 en 3 meter hoog

Vijf torens rijzen op uit het helmgras. Vijf verschillende maar gelijksoortige elementen. Kloeke, sobere vormen. Hoekig en dicht. Krom
en een beetje scheef, met een levende huid die de sporen van het maken nog draagt. Letterlijk handgemaakt van afgekeurde plaat met een gemiddelde dikte van 35 millimeter. Ze staan opgesteld als stalen monolieten. Of als middeleeuwse woontorens in een Italiaanse stad.
Arie, Piet, Loes, Henk en Ludwig heten ze, als eerbetoon aan de mensen die bij Corus hebben staan lassen, slijpen, vouwen en hijsen. De toren is een regelmatig terugkerend thema in het werk van Herbert Nouwens. Hij is gefascineerd door de vierkante woontorens zoals die nog te zien zijn in Toscane, Italië. De maat, de helderheid en de geschiedenis spreken hem aan. De vierkante dorpstoren van Wijk aan Zee en het verlangen om een uitkijktoren te bouwen om werkelijk over de duinen te kunnen kijken waren voor hem aanleiding ook voor ‘Een Zee van Staal’ aan torens te gaan werken. Zo wilde hij een visuele verbinding tot stand brengen tussen dorp en industrie. Liefst had hij gewerkt met massieve, gesmede blokken, zoals hij die in kleinere beelden gebruikt. Maar gezien de schaal waarop hij werkt was dat niet te realiseren. Een goede tweede keus was plaat; uitloopstukken van de walsstraat, krom en ongelijk van dikte. Levend materiaal. Materiaal met karakter. De beschikbaarheid bepaalde de maat van de hoogste en de laagste toren: ongeveer zeven en drie meter. De andere drie torens moesten zich hieraan aanpassen. Na het lassen en snijden volgde de tweede fase: het maken van een compositie.
De ruimte tussen de torens speelde hierbij net zo’n belangrijke rol als de maat en vorm van de torens zelf. Een spel van massa en ruimte. Niet in het beeld zelf, zoals bij andere, open beelden die Herbert maakt, maar met de tussenliggende ruimte en de openheid van het terrein.

> 14